Welkom op deze weblog!

Welkom op de blog van de A-opleiding psychiatrie van GGNet. Deze blog is bedoeld als informatie platform voor iedereen die betrokken is bij deze opleiding of daarin geinteresseerd is.

Ter informatie even kort iets over GGNet en over de psychiater opleiding.

GGNet is een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. GGNet wil psychische, ernstige psychosociale problemen en/of psychiatrische stoornissen helpen voorkomen en mensen met psychische, ernstige psychosociale problemen en/of psychiatrische stoornissen behandelen, begeleiden en helpen om zoveel als mogelijk en wenselijk zelfstandig in de samenleving te kunnen functioneren. Er werken bij GGNet meer dan 2.400 professionals, waaronder ruim 50 psychiaters en zo'n 14 aios psychiatrie.

GGNet heeft een A-opleiding psychiatrie, d.w.z. dat een belangrijk deel van de medisch specialistische opleiding tot psychiater binnen GGNet genoten kan worden. We doen dit in nauwe samenwerking met de A-opleiding van de Gelderse Roos in Wolfheze en die van de Afdeling Psychiatrie van het UMC St. Radboud te Nijmegen; met hen samen, behoren we tot het Opleidingscluster Psychiatrie Oost-Nederland.
Hierbinnen worden artsen opgeleid tot psychiater conform de eisen van het Centraal College Medisch Specialisten (CCMS).

Binnen GGNet wordt naast een brede basisopleiding veel aandacht geschonken aan de praktische toepassing van de Evidence Based Mental Health (EBMH) en aan de contextuele aspecten van psychiatrische stoornissen. Dit betekent dat naast een grondige kennis van de biologische aspecten van psychiatrische stoornissen, bij de diagnostiek en behandeling tevens expliciet factoren zoals de persoonlijkheid, behandelrelatie, sociale omgeving en juridische aspecten worden betrokken.

zondag 26 februari 2012

Exergames voor ouderen

Toch maar weer een bericht over in games verpakte activiteiten voor ouderen. Bij jongeren zijn deze games allang bekend, want jongeren groeien op met interactieve games. Nu is ook gevonden dat het gamen, en dan vooral het gamen waarbij je zelf ook actief moet bewegen, dus bijvoorbeeld met de Wii of X-box-kinect, een positieve invloed hebben op zowel stemming als cognitie bij ouderen. Dit soort games worden 'exergames' genoemd. Er is een speciale exergame-site, met daarop ook informatie specifiek voor ouderen en ook advies over welke games je dan zou kunnen gebruiken. De grootste uitdaging lijkt nu vooral hoe je de ouderen, en dan m.n. de oudere depressieve patient ook zo ver kunt krijgen dat deze gaat gamen. Om dit motivatie-probleem beter te leren begrijpen en ook interventies hiervoor aan te bieden, is nu een onderzoek gestart. Het betreft een samenwerkingsproject tussen TNO, VitaValley en de NoaberFoundation, olv Nathan LaBrasseur van de Mayo-clinic. Vanuit TNO wordt dit onderzoek geleid door Annerieke Heuvelink.

dinsdag 21 februari 2012

Slapen (2)


Onderzoekers van het Netherlands Consortium on Healthy Ageing (NCHA) hebben subsidie gekregen om een onderzoek te starten naar de veranderingen in het slaappatroon bij ouderen. Daarbij zijn ze geïnteresseerd in de invloed die veranderingen in dit slaappatroon hebben op het ontstaan of onderhouden van depressieve klachten en op vasculaire en immunologische parameters. De onderzoekers hopen van maarliefst 1000 ouderen een slaapregistratie te kunnen verrichten. Het lijkt me een zeer interessante studie met hopelijk relevante uitkomsten voor de praktijk. Voor de psychiatrie is het waarschijnlijk nodig om deze speciale doelgroep ook aan een dergelijk onderzoek te onderwerpen; in deze groep zijn het niet alleen de psychiatrische stoornissen zelf die vaak gepaard gaan van slaapproblemen, maar spelen ook de psychofarmaca een grote rol in de veranderde slaap. Ook hierover is tot op heden eigenlijk nog te weinig kennis, ook bij specialisten.

zondag 5 februari 2012

Effectiviteit van antidepressiva: een complex vraagstuk

Er is de laatste tijd veel negatieve publiciteit rondom de effectiviteit van antidepressiva. De discussie verloopt parallel aan de vraagtekens die gezet worden bij depressie als ziekte. Eerst was er het boek de 'depressie epidemie' waarbij allerlei soorten somberheid voor het gemak op een hoop werden geveegd. Over de (twijfelachtige) effectiviteit van antidepressiva wordt bijvoorbeeld geschreven in het boek 'The emporor's new drugs', van Irving Kirsch (2009). Ook in dit boek wordt met grote achterdocht de rol van de farmaceutische industrie neergezet als toch vooral malafide. Meer genuanceerde kijk op depressie en de behandeling ervan is in twee aardige artikelen terug te vinden. Eerst is daar december j.l. een mooie uiteenzetting omtrent de complexiteit van depressie en haar behandeling op de director's blog van het NIMH. En nu in het februari nummer van het BJP worden allerhande psychofarmaca in een groter perspectief geplaatst en wordt aangetoond dat de werkzaamheid van psychiatrische medicijnen niet onderdoet voor die medicijnen die bij somatische ziekte gebruikt worden.
Bij elkaar is juist vanuit deze discussie voer te vinden voor het opnieuw inrichten van zorgpaden voor de behandeling van depressie, waarin stagering en profilering een plaats moeten krijgen en de behandeling meer 'personalised' moet worden. Tot nu toe is de behandeling teveel een 'eenheidsworst', welke onder het mom van 'one size fits all' wordt toegepast. Dit leidt tot veel teleurstellende behandelingen en geeft deze behandelingen een slechte naam.

zondag 22 januari 2012

Bewegen en rusten


Op allerlei fronten zie je dat de nieuwe trends in de verbetering van de gezondheidszorg zich richten op life-style zaken. Kwaliteit van leven verbetert als je een aantal basale zaken goed kunt controleren, bijvoorbeeld je gewicht en je slaappatroon. Interventies zouden zich dus moeten gaan richten op het verbeteren van het dag/nachtritme. Slecht slapen wordt in verband gebracht met overgewicht, minder bewegen met cardiovaculair risico maar ook met grotere kans op depressie en zelfs op dementie. Andersom zouden dementerende patienten beter functioneren bij een meer gevulde dag, met bewegen, licht en geluid. We spreken van een "enriched environment", een omgeving waarin voldoende gezonde prikkels zijn om optimaal functioneren te verkrijgen. Voor gezonde mensen, opgroeiende kinderen maar dus ook voor (zieke) ouderen. Een situatie die op dit moment in de meeste verzorgings- en verpleeghuizen (nog) niet bestaat. Omdat we nog niet veel weten over dag/nachtritme bij oudere psychiatrische patienten, is het goed om hier meer onderzoek naar te doen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met een handige nieuwe gadget, de Fitbit. Meet bewegen en activiteiten overdag, maar is ook geschikt voor slaapregistratie. We gaan binnen NESTOR, de afdeling voor onderzoek en innovatie binnen de zorgeenheid Ouderen van GGNet kijken in hoeverre een dergelijke tool bruikbaar is voor de patientenzorg. Hopelijk komen we dus met een vervolg.

zondag 8 januari 2012

The nature of fatigue

De Journal of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry heeft een interessante rubriek, waarbij auteurs van 'bestseller' artikelen na vele jaren wordt gevraagd om terug te kijken op hun werk van destijds en wat deze invloedrijke artikelen tot gevolg hebben gehad.
Zo werd aan Wessely gevraagd om het artikel dat hij in '87 samen met Powell schreef in de huidige ontwikkelingen te plaatsen. Het artikel destijds, getiteld "The nature of fatigue: a comparison of chronic “postviral” fatigue with neuromuscular and affective disorders" toonde aan dat de vermoeidheid van patienten met zogenaamde 'chronische vermoeidheid' fenomenologisch meer leek op de vermoeidheid van depressieve dan die van neuromusculaire patienten.
Terugkijkend geeft Wessely aan dat het een unieke gelegenheid leek om aan te tonen dat lichaam en geest ernstig met elkaar verweven zijn. Dat inzicht is in de afgelopen decennia fors gegroeid, maar hij constateert ook dat het vooral de patienten - maar belangrijker misschien nog wel de dokters - zijn die de opsplitsing in stand houden.

vrijdag 30 december 2011

De loopsnelheid van Magere Hein


Al langere tijd staan begrippen als 'frailty' en veroudering in de belangstelling. We streven ernaar om steeds gezonder ouder te worden. Daarbij lijkt het er sterk op dat op latere leeftijd veel morbiditeit, zowel somatisch als psychiatrisch met elkaar samen hangt. Adviezen om gezond te leven, goede voeding en genoeg bewegen zijn genoegzaam bekend. Een aardige bevinding in dit licht is dat de loopsnelheid van een (ouder) iemand sterk samenhangt met de overleving. Een belangrijk artikel hierover werd al eerder in 2011 gepubliceerd door de groep van Studenski (what's in a name) in de JAMA.
In het kerstnummer van de BMJ dit jaar een grappig vervolg hierop: Met de vraag: is iemand nog snel genoeg om Magere Hein ('the Grim Reaper') voor te blijven onderzochten Stanaway et al. het zelfde onderwerp, met een gelijkluidende conclusie. Met een loopsnelheid van 1.36 m/s of sneller, blijf je de dood net een stapje voor.

donderdag 24 november 2011

Val en breekrisico bij ouderen


Het is voor afdelingen die ouderen huisvesten, zoals bijvoorbeeld behandelafdelingen in de ouderenpsychiatrie van belang om aandacht te hebben voor het valrisico. Het behoort tot de kwaliteitscriteria van dergelijke afdelingen om hier een protocol voor te hebben. Het risico op vallen kan dan bijvoorbeeld met behulp van een checklist ingeschat worden. Dit alles natuurlijk om zoveel mogelijk verantwoord om te gaan met het risico van (heup) botfracturen.
Maar er zijn twee verschillende factoren in het spel: enerzijds is er het valrisico, maar daarnaast dus ook het breekrisico. In een artikel gepubliceerd in de Archives of Internal Medicine presenteerden Australische onderzoekers onlangs de TUG test: Timed Up and Go). De opdracht bij deze test is eenvoudig: sta op uit uw stoel, loop drie meter, draai om en loop terug naar de stoel en ga weer zitten. Als dit meer dan 10 seconden duurt (10.2 om precies te zijn) dan is het risico op een fractuur groter, maar ook: des te langer het duurt, des te groter de risico's. Ze maken daarbij de kanttekening dat deze test vooral het valrisico voorspelt: voor het risico op een breuk is een traditionele botdichtheidsmeting superieur.