Welkom op deze weblog!

Welkom op de blog van de A-opleiding psychiatrie van GGNet. Deze blog is bedoeld als informatie platform voor iedereen die betrokken is bij deze opleiding of daarin geinteresseerd is.

Ter informatie even kort iets over GGNet en over de psychiater opleiding.

GGNet is een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. GGNet wil psychische, ernstige psychosociale problemen en/of psychiatrische stoornissen helpen voorkomen en mensen met psychische, ernstige psychosociale problemen en/of psychiatrische stoornissen behandelen, begeleiden en helpen om zoveel als mogelijk en wenselijk zelfstandig in de samenleving te kunnen functioneren. Er werken bij GGNet meer dan 2.400 professionals, waaronder ruim 50 psychiaters en zo'n 14 aios psychiatrie.

GGNet heeft een A-opleiding psychiatrie, d.w.z. dat een belangrijk deel van de medisch specialistische opleiding tot psychiater binnen GGNet genoten kan worden. We doen dit in nauwe samenwerking met de A-opleiding van de Gelderse Roos in Wolfheze en die van de Afdeling Psychiatrie van het UMC St. Radboud te Nijmegen; met hen samen, behoren we tot het Opleidingscluster Psychiatrie Oost-Nederland.
Hierbinnen worden artsen opgeleid tot psychiater conform de eisen van het Centraal College Medisch Specialisten (CCMS).

Binnen GGNet wordt naast een brede basisopleiding veel aandacht geschonken aan de praktische toepassing van de Evidence Based Mental Health (EBMH) en aan de contextuele aspecten van psychiatrische stoornissen. Dit betekent dat naast een grondige kennis van de biologische aspecten van psychiatrische stoornissen, bij de diagnostiek en behandeling tevens expliciet factoren zoals de persoonlijkheid, behandelrelatie, sociale omgeving en juridische aspecten worden betrokken.

donderdag 24 november 2011

Val en breekrisico bij ouderen


Het is voor afdelingen die ouderen huisvesten, zoals bijvoorbeeld behandelafdelingen in de ouderenpsychiatrie van belang om aandacht te hebben voor het valrisico. Het behoort tot de kwaliteitscriteria van dergelijke afdelingen om hier een protocol voor te hebben. Het risico op vallen kan dan bijvoorbeeld met behulp van een checklist ingeschat worden. Dit alles natuurlijk om zoveel mogelijk verantwoord om te gaan met het risico van (heup) botfracturen.
Maar er zijn twee verschillende factoren in het spel: enerzijds is er het valrisico, maar daarnaast dus ook het breekrisico. In een artikel gepubliceerd in de Archives of Internal Medicine presenteerden Australische onderzoekers onlangs de TUG test: Timed Up and Go). De opdracht bij deze test is eenvoudig: sta op uit uw stoel, loop drie meter, draai om en loop terug naar de stoel en ga weer zitten. Als dit meer dan 10 seconden duurt (10.2 om precies te zijn) dan is het risico op een fractuur groter, maar ook: des te langer het duurt, des te groter de risico's. Ze maken daarbij de kanttekening dat deze test vooral het valrisico voorspelt: voor het risico op een breuk is een traditionele botdichtheidsmeting superieur.

woensdag 2 november 2011

Het presenteren van een casus

Via via kwam ik op een interessante blog van een medisch student terecht, nu ook toegevoegd aan de blog-roll onderaan deze pagina. Het bericht ging over hoe je op een effectieve manier als medisch student / arts in opleiding een casus presenteert. Ook binnen onze opleiding een issue, m.n. op de overdrachten na avond/nacht en weekenddiensten. Dat zijn de momenten dat je als specialist moet laten zien hoe je tot beleid bent gekomen bij (doorgaans) acute problemen. Omdat dit in een kort tijdsbestek moet, moet je het goed voorbereiden en hoofd- en bijzaken goed uit elkaar houden. Op de blog van Medaholic wordt dat stapsgewijs nog eens op een rijtje gezet. Verder op deze blog ook een vergelijkbaar grondig en nuttig voorbeeld van hoe je een intercollegiaal consult voorbereid en aanvraagt.

zondag 23 oktober 2011

Symposium Het Interactieve Brein 2011


Zoals in een eerder bericht al was aangekondigd, was er op vrijdag 7 oktober j.l. het tweede symposium van Het Interactieve Brein. Georganiseerd voor en door de leerkring psychiaters en de A-opleiding van GGNet. Net als vorig jaar waren de reacties vrijwel unaniem positief. De bijdragen worden weer verzameld en komen op de WIKI van de A-opleiding te staan.
O.a. over Bewegen voor ouderen goed voor stemming en cognitie, TED voor de interactief lerende psychiater, Neuroblabla,de Psymate en interactieve media en het zich ontwikkelende kinderbrein. De dag werd afgesloten door een interactief optreden van goochelaar en filosoof Tilman Andris.

zondag 18 september 2011

Telezorg in de ouderenpsychiatrie


Ook onze eigen zorgeenheid Ouderenpsychiatrie van GGNet is zich aan het oriƫnteren op het toepassen van nieuwe technologie in de zorg. Enerzijds zijn er de zogenaamde 'domotica'. Het gaat om electronica die allerlei taken in het dagelijks leven makkelijker maken, niet eens per se alleen voor ouderen. Denk aan afstandsbedieningen om licht en gordijnen te bedienen. Een andere toepassing is te vinden in het toepassen van communicatie tussen hulpverlener en patient via het internet. Dat kan via een PC maar ook via een 'gewoon' TV scherm. In GGZ Noord-Holland Noord is net een pilot afgerond waarin de gebruikelijke zorg werd vergeleken met zorg via beeld en telefoon. De pilot werd vormgegeven ism het Trimbos Instituut. De resultaten waren nog wat mager, maar desondanks wil men deze pilot uitbreiden. Opgemerkt werd dat in ieder geval niet alle zorg te vervangen is door telezorg. Wel kan goed omschreven zorg mogelijk goed in deze vorm gegeven worden. Zo werkt de Thuiszorg al langer met tele-diabetes zorg; er wordt dan 'live' contact opgenomen met de patient en er wordt op afstand samen naar de actuele bloedsuikerwaarde gekeken en een nieuw beleid afgesproken. Het zou denk ik goed zijn om goed na te denken welke psychiatrische zorg zich precies leent voor dergelijke telezorg.

zondag 11 september 2011

Anatomy of an epidemic


Onlangs met mijn 'leesclub' het boek "Anatomy of an epidemic" van Robert Whitaker gelezen en besproken. De auteur is ook bekend van een andere populaire titel, "Mad in America". Het belangrijkste punt van het nieuwe boek (en eigenlijk ook al van het oude) is dat psychofarmaca alleen maar slecht zijn voor psychiatrische patienten. Argumenten hiervoor zijn dat (1) veel patienten alleen maar slechter worden in de loop van hun ziekte, ondanks of dankzij de pillen dus en dat (2) er in de loop der jaren alleen maar meer patienten met psychiatrische stoornissen bij komen. Een enorme bestseller en past ook goed in deze tijd van DSM kritiek en de (te) grote invloed van de pharmaceut. Maar het is net als in het klimaat-debat: zowel voor- als tegenstanders bezondigen zich aan over-generalisaties en selectief gebruik van de statistiek. In de bespreking kwam ook een blog van een collega uit New York aan de orde, dr. Carlat, en deze heeft een mooie samenvatting en ook prima reactie op het boek gegeven. Zelf schreef hij overigens ook een boek, dat ik nog niet gelezen heb. Wel mooie blog, dus misschien is het boek ook wel een aanrader.

zondag 14 augustus 2011

The Twit Journal Club

Sinds enkele weken volg ik op twitter ook de Twit Journal Club (#twitjc). Het initiatief is als ik het goed begrepen heb nog maar sinds kort in de lucht. Het idee is om met iedereen die wil via Twitter een artikel te bespreken. Dit artikel wordt in samenspraak gekozen en dan door 1 persoon voorbereid. Deze doet dat door een 4-5 stellingen te formuleren; deze worden dan op de website kenbaar gemaakt. Eens per twee weken is het Twit Journal uurtje (7pm GMT). Dit uur wordt voorgezeten door een moderator en ieder die wil kan dus reageren op de stellingen. Op de website zijn ook de discussies van de voorbije weken terug te vinden, zodat je een idee krijgt hoe dit werkt. Tot nu toe nog niet veel psychiatrie-onderwerpen, maar het is weer een leuke nieuwe toepassing van de sociale media.

zondag 7 augustus 2011

Over STOPP, POM, PHARM en MAI


Al eerder is het op deze blog gegaan over polyfarmacie. M.n. bij ouderen is dit een belangrijk onderwerp, en dan zeker ook bij de ouderenpsychiatrie. In het GeBu van deze maand (augustus 2011) een artikel hierover. Het gaat hierin vooral om medicatie die chronisch wordt gebruikt. Vaak is de indicatie dus van lang geleden en niet altijd is het zeker dat het nog steeds zinvol is. Ook kunnen dergelijke medicijnen op langere termijn tot problemen leiden, door interactie met andere middelen of doordat bijwerkingen minder goed verdragen worden op latere leeftijd. Het staken van langdurig gebruikte medicatie is echter niet altijd even makkelijk. Het is van groot belang om hier methodisch in te werk te gaan. Hiervoor zijn een aantal hulpmiddelen ontwikkeld die in dit artikel ook besproken worden, bijvoorbeeld de 'screening tool for older persons prescriptions' (STOPP). Bij het methodisch te werk gaan hoort dan vooral goed monitoren wat huidige klachten zijn en of het afbouwen/minderen van medicatie hier iets aan toe- of afdoet. Dit is iets dat zeker ook opgeld doet voor langdurig gebruik van psychofarmaca: ook hiervan is de indicatie soms niet goed te achterhalen en ook deze medicatie kan soms belangrijke negatieve gevolgen hebben voor de patient zowel voor het lichamelijk als het psychisch functioneren.